De anatomie van een schaar – op bezoek in een Solinger manufactuur
Deel
De tijd waarin heel Solingen op het ritme van zware smeedhamers dreunde, ligt ver achter ons. Ook de Kotten – de kleine werkplaatsen langs de Wupper en haar beken – hebben tegenwoordig meestal een andere bestemming.
Ooit waren dat de werkplekken van de slijpers. In een van de regenrijkste streken van Duitsland dreef het water de slijpstenen aan. Zonder Wupper geen Solinger slijpwerk.
In een van deze Kotten wordt tot vandaag geslepen. En wel op een watermolen.
Een manufactuur waar de tijd stilstaat
De Dreiturm-manufactuur werd in 1829 opgericht – op het terrein van een oude hoeve die al toebehoorde aan de betovergrootvader van de huidige eigenaarsfamilie. Sindsdien worden hier scharen gemaakt.
Vandaag leidt de zesde generatie het bedrijf. Enkele jaren geleden besloot de dochter des huizes het voort te zetten – daarmee werd J. A. Schmidt & Söhne in de dagelijkse praktijk J. A. Schmidt & Tochter, ook al staat het zo niet in het handelsregister.
Het bedrijf houdt vast aan de overgeleverde technieken, onderhoudt de historische machines en werkt nog altijd met een inspanning die vandaag bijna niemand meer zou leveren. Het complete Dreiturm-assortiment vindt u in onze shop.
Een beroep dat niemand meer leert
Over de kwaliteit waakt een Scherenkontrolleur, een schaarcontroleur. Dit beroep wordt tegenwoordig nergens meer opgeleid – de weinigen die het nog beheersen, zijn de laatsten van hun soort.
Ook in een manufactuur ontstaat niet alles onder één dak. Gespecialiseerde ambachten leveren aan: de smid de ruwe schaardelen, de harder de geharde helften, de Augenpließter de slijping van de handgrepen. Solingen was altijd een netwerk van specialisten – en juist dat maakt de stad tot vandaag.
De anatomie van een schaar
Wie wil begrijpen waarom een goede schaar goed is, moet de begrippen kennen. De werkplaatstaal is oud en heel precies:
- Becke – de beide schaarhelften. Men onderscheidt Oberbeck en Unterbeck.
- Auge – letterlijk „oog“: wat de meesten van ons handgreep noemen.
- Augenbord – de rand rond het oog.
- Halm – de slanke overgang tussen greep en kling.
- Gewerbe – het gebied rond het draaipunt waar de beide helften verbonden zijn.
- Wate – de bovenste snijkant. Alleen hier mogen de helften elkaar raken.
- Nagel – de verbindingsschroef. In Solingen heet die tot vandaag nagel.
- Gangstelle – de plek waar de Becke naar elkaar toe lopen. Die bepaalt de gang van de schaar.
- Rücken – de buitenzijde van de kling.
Waarom de ogen vóór het harden ontstaan
Alles begint met goed roestvrij staal. De smid splijt zes meter lange staven, verdeelt ze in stukken passend bij het schaarformaat en brengt ze in het Gesenk in hun eerste vorm. Het staal wordt verhit en onder de zware smeedhamer regelrecht uitgeslagen.
Ook de ogen ontstaan in deze stap – en wel vóór het harden. Daarna zou het te laat zijn: alleen in ruwe toestand laat het staal zich nog snijden en buigen.
De harder: de juiste draai en het „Flügeln“
De harder geeft de schaar vóór het harden haar vorm. De beide helften moeten elkaar later alleen bij de Wate treffen.
Daarvoor buigt hij de schaar zo dat de punten van Oberbeck en Unterbeck flügeln – ze staan licht boven de punt en houden speling, zodat ze later überhaupt nog geslepen kunnen worden.
Vervolgens boort hij zeer nauwkeurige gaten in beide helften en snijdt de draad voor de Nagel.
Pas dan volgt het harden in een oliebad. Dit meertrapsproces is een koorddans: wordt de schaar te hard, dan spat ze bij de voorcontrole onder de hamer in duizend stukken uiteen. Daarom gaat ze daarna de ontlaatoven in – een warmtebehandeling haalt de spanning weer uit het staal.
Wat de machine kan – en wat alleen de hand kan
Binnen- en buitenzijde van de klingen laten zich machinaal slijpen. Al het andere is handwerk: ogen en randen, Halm, Gewerbe en rug.
De hoogste kunst is het fijnslijpen van de Gangstelle. Wie ooit een werkelijk goede schaar in handen had, heeft daar misschien een kleine halve maan opgemerkt. Precies die zet de Pließter – de fijnslijper – met de hand aan. Hij bepaalt hoe de schaar loopt.
Steenbad, vernikkelen, merkstempel
De aanvankelijk grove, scherpkantige Becke worden nu fijn, lang en zeer glad geslepen – in een bad van stenen.
Daarna gaan de onderdelen het huis uit om te worden vernikkeld. Terug in de manufactuur wordt het firmamerk ingeslagen. Ook dat: handwerk.
Het moment van de waarheid
Op de kruk worden Oberbeck en Unterbeck voorzichtig ingedraaid en de nagels geplaatst. Nu blijkt of alles bij elkaar past:
- Is de schaar te recht of te krom?
- Flügeln de Becke goed?
- Zit de punt juist?
Pas daarna krijgen de scharen hun snijkanten. Op de slijpsteen wordt de Wate geslepen, vervolgens worden de staalspanen afgetrokken. Dan volgt de proef: een stukje gaas, één knip. Gaat die schoon door, dan klopt het werk.
Tot slot: het richten
De belangrijkste bewerking komt helemaal aan het eind. Bij het richten wordt elke afzonderlijke schaar soepel gemaakt. Met de koperen hamer wordt nagetikt, elke draaiing bijgesteld, tot de gang klopt.
Of het nu om een nagelschaar, een nagelriemschaar of een huishoudschaar gaat – aan het eind staat altijd dit precisiewerk met de hand.
Wat dat voor u betekent
Ongeveer 80 bewerkingen, meerdere gespecialiseerde ambachten, elke schaar afzonderlijk gericht: dat is de reden waarom een echte Solinger schaar meer kost dan massaproductie.
En het is ook de reden waarom ze zich laat naslijpen en tientallen jaren meegaat, in plaats van na twee jaar in de la vast te lopen.
In onze shop vindt u:
- Nagelscharen uit Solingen
- Nagelriemscharen voor fijn werk
- Baardscharen voor baardverzorging
- Het complete Dreiturm-assortiment